De vragen en antwoorden hieronder geven een beeld van wat de mogelijkheden zijn in verband met fietsvergoedingen.
Voor alle duidelijkheid: op het SCK is er (nog steeds) geen fietsvergoeding.
Kijk uit naar de komende acties van BBTK-SCK•CEN.
Samen maken we er werk van!
Afdrukbare versie
Lees je dit liever op papier?
Download hier een afdrukbare versie van dit document. Deel het verder als je het gelezen hebt.
Wat is een fietsvergoeding?
Een fietsvergoeding is een kilometervergoeding die de werkgever geeft aan zijn personeelsleden die hun woon-werkverplaatsingen geheel of gedeeltelijk met de fiets doen. In sommige sectoren kan een fietsvergoeding ook worden toegekend voor dienstverplaatsingen die per fiets gebeuren.
De werkgever is niet verplicht om een fietsvergoeding te geven.
De vergoeding komt tussen in de kosten van de fietser maar heeft vooral als doel om meer werknemers aan te zetten hun fiets te gebruiken.
Welke fietsen komen in aanmerking voor een fietsvergoeding?
Tot voor 1 januari 2017 kwamen enkel gewone fietsen en elektrische fietsen met een vermogen van maximaal 250 W en ondersteuning tot 25 km/u in aanmerking voor een fietsvergoeding. In mei 2017 besliste de minsterraad dat ook speed pedelecs met ondersteuning tot 45 km/u in aanmerking komen voor een fietsvergoeding, en dit retroactief vanaf 1 januari 2017.
Hoeveel bedraagt de fietsvergoeding?
Doorgaans is dit 0,23 euro per kilometer. Tot dat bedrag is de fietsvergoeding wettelijk vrijgesteld van belastingen (sinds januari 2017).
Dit bedrag kan jaarlijks geïndexeerd worden. De eventuele aanpassing wordt jaarlijks opgenomen in het document "Bericht in verband met de automatische indexering inzake inkomstenbelastingen" van de FOD Financiën, Administratie van Fiscale Zaken.
Hoeveel kilometer en welke verplaatsingen?
Werknemer en werkgever bepalen in onderling overleg welke de beste en veiligste route is. De kortste weg is niet altijd de veiligste! In de praktijk betekent dit dat de werknemer een route voorstelt aan de werkgever.
Een fietsvergoeding mag gegeven worden voor zowel de woon-werkrit alsook voor de terugrit.
Het is zelfs toegelaten om meerdere heen- en terugritten per dag terug te betalen indien de werknemer meermaals per dag heen en weer van/naar het werk pendelt (bv. middaglunch).
De fietsvergoeding kan ook uitbetaald worden voor dienstverplaatsingen, zelfs al gebeuren deze met een fiets van het bedrijf. In dit geval is de fietsvergoeding een kost "eigen aan de werkgever" die 100% aftrekbaar is maar sociale lasten genereert.
Er is geen wettelijke begrenzing aan het aantal kilometers. Hiermee motiveert de overheid de keuze voor een comfortabele, veilige en aangename weg.
Hoe wordt mijn fietsvergoeding belast?
De fietsvergoeding is vrijgesteld van inkomstenbelasting tot 0,23 euro per kilometer (aanslagjaar 2018, inkomsten 2017).
Als u bv. 0,25 euro per kilometer krijgt, zijn de eerste 0,23 euro vrijgesteld van belastingen. De overige 0,02 euro zijn in principe wel belastbaar (want ze worden beschouwd als een salaris).
Voorbeeld
U rijdt elke dag 5 km met de fiets naar uw werk. Uw werkgever geeft u een vergoeding van 0,23 euro per km. U ontvangt dus elk jaar 0,23 (euro) x 5 (km) x 2 (heen en terug) x 220 effectieve werkdagen = 506 euro.
Als u elke dag 20 kilometer aflegt om naar uw werk te gaan, zult u 2024 euro ontvangen, vrijgesteld van belastingen.
Fietsvergoeding inbrengen als beroepskost?
Indien de werknemer opteert voor het bewijzen van zijn beroepskosten (en dus niet voor de forfaitaire belastingaftrek), kan hij zijn fietsverplaatsingen in het kader van woon-werkverkeer inbrengen als kost ten bedrage van 0,22 euro per kilometer. Dit kan desgevallend gecumuleerd worden met de door de werkgever gegeven fietsvergoeding. Het is niet altijd interessant om je beroepskosten te bewijzen. Als je onvoldoende beroepskosten maakt is het beter te kiezen voor het forfaitaire systeem.
Combinatie met andere vergoedingen
Een werknemer kan voor hetzelfde traject slechts één fiscaal vrijgestelde vergoeding ontvangen. De vergoeding kan in die zin gecombineerd worden met een tussenkomst voor het openbaar vervoer, indien de werknemer een deel van de verplaatsing tussen de woonplaats en het bedrijf per fiets aflegt en een deel met het openbaar vervoer.
U kunt dus een vergoeding krijgen, zowel voor het gedeelte tussen uw huis en het station als tussen het station en uw werkplaats. Deze vergoeding staat los van degene die u eventueel krijgt voor uw treinabonnement waarvoor andere belastingregels gelden.
Hetzelfde geldt voor de combinatie fietsvergoeding en autovergoeding indien de werknemer bijvoorbeeld met de wagen tot de rand van de stad rijdt en daar overstapt op de (vouw)fiets. Ook is het mogelijk voor een deel van de werkdagen een fietsvergoeding te geven en voor een aantal dagen autovergoeding.
Ook een werknemer die een bedrijfswagen heeft kan een fietsvergoeding krijgen voor die dagen dat de woon-werkverplaatsing met de fiets gebeurt, of wanneer hij/zij het voor- of natraject per fiets aflegt.
Indien de normale vervoersvergoeding je voordeliger zou uitkomen kan je natuurlijk ervoor kiezen om geen fietsvergoeding te vragen.
Wat als ik niet altijd de fiets neem?
Ik gebruik de fiets alleen tijdens de zomer om naar mijn werk te gaan. Tijdens de winter neem ik de bus. Welke fietsvergoeding kan ik krijgen?
Voor de afgelegde kilometers tijdens de zomer heeft u in principe recht op een fietsvergoeding. Tijdens de winter neemt u de bus en ontvangt u natuurlijk geen fietsvergoeding en val je terug op de normale vervoersvergoeding.
Er kunnen bijkomende voorwaarden rond het fietsgebruik opgelegd worden, bv. minstens de helft van de werkdagen met de fiets komen.
Bronnen
Federale overheidsdienst financiën Fietsvergoedingen. Fiets. Geraadpleegd op 7 september 2017, van
https://financien.belgium.be/nl/particulieren/vervoer/aftrek_vervoersonkosten/woon-werkverkeer/fiets
Fietsersbond. Fietsvergoeding. Geraadpleegd op 7 september 2017 van
http://www.fietsersbond.be/fietsvergoeding
Tanghe N. (2017, 18 mei). Nu ook fiscale vergoeding voor snelle elektrische fiets. Geraadpleegd op 7 september 2017, van
http://www.standaard.be/cnt/dmf20170518_02887904