Wat moet je weten:
- Regering wil morrelen aan het aanvullend pensioen van de werknemers, in ‘opdracht’ van de werkgevers en verzekeraars: vooral het afbouwen van het wettelijk gegarandeerd minimumrendement (3,25% op werkgeversbijdrage, 3,75% op werknemersbijdrage) staat op het verlanglijstje
- De Regering wil ook de leeftijd verhogen waarop het mogelijk is je kapitaal op te nemen, ook al vertrek je vroeger: een dikke streep door uw financiële pensioenplanning!
- BBTK staat voor een stevig en opgewaardeerd wettelijk pensioen
- Aanvullend pensioen is echter noodzakelijke aanvulling voor veel bedienden en arbeiders
- Mogelijke daling rendement zorgt voor onzekerheid
- Aanvullend pensioen is complexe materie: raken aan één onderdeel heeft heel wat nefaste neveneffecten
- Principes BBTK: geen contractbreuk en zekerheid naar de toekomst toe
- Sociaal overleg moet alle kansen krijgen: BBTK eist respect voor overleg!
In cijfers:
Eerste pijler of wettelijk pensioen:
- 45 jaar: het aantal loopbaanjaren om een volledig pensioen te kunnen hebben.
- 2209,19 euro: maximumpensioen voor een alleenstaande werknemer, na een volledige loopbaan.
- 1212 euro: reëel gemiddeld pensioen van een werknemer: de meeste werknemers vallen dus stevig terug!
- 16,1%: armoederisico bij gepensioneerden in België
- 52.972,54 euro: het bruto (per jaar) pensioenplafond voor de berekening van het wettelijk pensioen in 2014, alles wat je extra verdient telt niet mee voor de berekening van je pensioen
- 40%: de ‘vervangingsratio’ van het wettelijk werknemerspensioen voor een gemiddeld loon en volledige loopbaan. Dat is de verhouding tussen je laatste verdiende loon en wat je zal krijgen bij je pensioen. Hoe hoger je loon, hoe groter de kloof.
- Belgische pensioenen zijn zowat de laagste van Europa.
Tweede pijler of aanvullend pensioen/groepsverzekering:
- 75% van de werknemers kan rekenen op een aanvullend pensioen via het werk, meer dan 80% bij de bedienden en kaderleden
- 1,38% van het loon gaat gemiddeld naar dit aanvullend pensioen (sectorale plannen)
- 3% het deel van het loon dat volgens de regering Michel-De Wever naar het aanvullend pensioen moet gaan, terwijl ze zelf de onzekerheid voedt
- 94.677 euro: het gemiddelde kapitaal van het aanvullend pensioen
- 34.541 euro: het mediaan kapitaal van het aanvullend pensioen
- 3,25% is wettelijk gegarandeerd (bruto) rendement op stortingen die werkgevers uitvoeren voor hun werknemers, en 3,75% op stortingen door werknemers zelf; volgens de verzekeraars is dit te hoog
- 2011: het enige jaar waarin het nettorendement van de verzekeraars het wettelijk rendement van 3,25% niet heeft gehaald de afgelopen 10 jaar…
- Over de laatste 10 jaar ligt het gemiddelde rendement hoger dan 4%
- 2,76%: na aftrek van de kosten het gemiddeld reëel rendement van het aanvullend pensioen op 20 jaar (dus onder het wettelijk gegarandeerd rendement)
- 0%: dat is het rendement dat de wet garandeert op ‘slapende’ aanvullende pensioenpotjes die werknemers achterlaten bij het veranderen van werk
- 0 (nul) euro: wettelijk is er geen verplichting om voor ‘slapende’ potjes een overlijdensdekking te voorzien. Je nabestaanden krijgen dus mogelijk nul euro als je overlijdt als je inactief bent.
- 63 jaar: de afkoopleeftijd is nu in de meeste 2de pijlerregimes vastgelegd op 60 jaar. De regering wil dit verhogen naar 63 jaar en op termijn zelfs naar 65, 66 en 67 jaar.
- 20.000 euro: wat je gemiddeld op je aanvullend pensioen verliest als regering blind de hervormingsvoorstellen van de verzekeraars volgt.
Bron: http://www.bbtk.org/nieuws/Pages/Jepensioenincijfers.aspx






